U bent hier:
  1. home
  2.  > psychose
  3.  > schizofrenie

Alles over schizofrenie

‘Mijn broer hoort stemmen in zijn hoofd’
‘Mijn moeder is ervan overtuigd dat de buren haar kwaad willen doen’

Jouw kind, partner, broer of zus, vader of moeder, vriend of vriendin gedraagt zich vreemd. Misschien heeft jouw naaste een psychose, of heeft hij of zij de diagnose schizofrenie gekregen. Hieronder lees je wat schizofrenie is, waar je naaste last van kan hebben, hoe hij of zij kan herstellen en hoe jij hem daar het beste bij kunt helpen.

Wat is schizofrenie of psychosegevoeligheid?

Om te beginnen: niet iedereen die psychotisch is (geweest) heeft schizofrenie. Je kunt ook een keer in je leven een psychose krijgen en daarna nooit meer. Pas als een psychose lang duurt of je naaste meerdere psychosen heeft doorgemaakt en hij in de tussenliggende tijd niet goed functioneert kan de diagnose schizofrenie gesteld worden. 

Van het woord schizofrenie schrikken veel mensen. Zij hebben het beeld van een ernstige psychiatrische ziekte die nooit meer overgaat. Dat ligt veel genuanceerder, Tegenwoordig zeggen we liever  ‘psychosegevoeligheid’. De diagnose schizofrenie wordt steeds minder gesteld. De meeste mensen met schizofrenie herstellen voor een groot deel en leren leven met hun gevoeligheid. Jij als naaste kan daarbij helpen.

Symptomen van schizofrenie

Je naaste kan last hebben van verschijnselen die horen bij een psychose. Niet iedereen heeft dezelfde symptomen of ervaart dezelfde problemen. Bij schizofrenie horen positieve en negatieve symptomen. Positieve symptomen zijn verschijnselen die bij mensen zonder schizofrenie niet voorkomen, zoals hallucinaties (stemmen horen), wanen en verward denken. Negatieve symptomen heten zo, omdat er iets ontbreekt wat er eerst wél was. Je naaste heeft bijvoorbeeld last van vlakke gevoelens, een gebrek aan energie, hij neemt weinig initiatief, trek zich terug uit sociale contacten en kan zich niet goed concentreren.
Terwijl positieve symptomen meestal goed reageren op behandeling, is dat voor negatieve symptomen niet het geval.

Wie krijgen schizofrenie? 

Schizofrenie komt vaker voor dan je denkt. Ongeveer 1 op de 100 mensen krijgt de aandoening. Schizofrenie komt overal in de wereld voor en in alle lagen van de bevolking. Mannen krijgen het iets vaker dan vrouwen. De eerste psychose begint meestal tussen de leeftijd van 16 tot 35 jaar.

Oorzaken van schizofrenie

Er is veel onderzoek gedaan naar schizofrenie en psychose. Maar wetenschappers zijn er nog niet uit wat precies de oorzaak is van schizofrenie. Waarschijnlijk is de kwetsbaarheid voor schizofrenie al bij de geboorte aanwezig. Sommige mensen hebben een grotere kans om schizofrenie te ontwikkelen. Maar of iemand met een erfelijke aanleg de ziekte ook daadwerkelijk krijgt, hangt af van factoren in de omgeving zoals stress, drugsgebruik of trauma.

<< Eenvoudig animatiefilmpje over schizofrenie door Sanofi, vertaald door Ypsilon Utrecht

Misverstanden over schizofrenie

Mensen met schizofrenie hebben niet meerdere persoonlijkheden. Het woord schizofrenie komt uit het Grieks en betekent 'gespleten geest'. Hierdoor verwarren mensen het soms met een dissociatieve stoornis.
Ook werd vroeger wel gedacht dat schizofrenie werd veroorzaakt door een verkeerde opvoeding. Inmiddels weten we dat dat niet klopt.

Behandeling van schizofrenie

De behandeling van schizofrenie bestaat meestal uit een combinatie van praten en pillen. Je naaste leert omgaan met de gevoeligheid (kwetsbaarheid?) voor psychoses. Jij kunt als naaste een rol spelen in de behandeling.
Lees hier meer over de behandeling van schizofrenie en psychose.

Wat kan jij doen?

De beste zorg bestaat uit samenwerking tussen de patiënt, de hulpverleners en de familie/naasten, de triade.
Jij als naaste kan dus een belangrijke rol vervullen.
• Jij kent je naaste meestal al zijn hele leven. Je kan bijvoorbeeld signaleren dat het minder goed gaat, zodat er op tijd hulp kan worden ingeschakeld. 
• Je kunt praktische hulp bieden en je naaste helpen met dingen die door de aandoening (tijdelijk) niet goed lukken: opruimen, samen boodschappen doen, of samen iets leuks doen.
• Je kunt een brug vormen tussen je naaste en de hulpverleners. Je kunt hem bijvoorbeeld stimuleren om de behandeling vol te houden en afspraken met de hulpverleners na te komen. Of je komt voor je naaste op als hem dat zelf niet lukt.

Zorgen voor jezelf

Zorgen voor je naaste kan zwaar zijn. Je kunt hierdoor zo overbelast raken dat je zelf hulp nodig hebt. Het is daarom belangrijk dat je goed voor jezelf zorgt, niet over je grenzen heengaat en zelf ook steun krijgt.
Lees hier meer over zorgen voor jezelf. 
De hulpverleners van je naaste moeten jou ook steunen. Dat staat in hun richtlijnen. Klik hier voor informatie over familiebeleid.

sluit venster